Inleiding
Steeds vaker horen we de term netcongestie. Het elektriciteitsnet raakt op bepaalde momenten overbelast doordat er veel tegelijk gebeurt: zonnepanelen leveren grote hoeveelheden stroom terug, warmtepompen vragen extra vermogen en elektrische auto's worden geladen.
Bij het zoeken naar oplossingen wordt vaak gekeken naar thuisbatterijen. Een batterij kan helpen om pieken te verminderen, maar de manier waarop deze is aangesloten kan een groot verschil maken.
Een onderwerp dat daarbij vaak onderbelicht blijft: fasebelasting.
Het elektriciteitsnet thuis werkt met meerdere fasen
Veel woningen in Nederland hebben een 3-fase aansluiting. Dat betekent dat de elektriciteit verdeeld wordt over drie afzonderlijke leidingen:
- fase 1
- fase 2
- fase 3
Op papier is het totale vermogen verdeeld over deze drie fasen. Maar in de praktijk kan één fase zwaarder belast worden dan de andere.
Een voorbeeld:
- Een warmtepomp of laadpaal gebruikt veel vermogen op fase 1.
- De thuisbatterij is aangesloten op fase 2.
- De zonnepanelen leveren terug via fase 2.
Op de slimme meter kan het lijken alsof alles netjes in balans is, omdat de meter het totale verbruik en de totale teruglevering over alle fasen samen weergeeft.
Maar technisch gebeurt er iets anders.
Wat gebeurt er in de praktijk?
Stel:
- Op fase 1 gebruikt de woning 3 kW vermogen.
- Op fase 2 levert de thuisbatterij 3 kW terug aan het net.
De slimme meter ziet:
3 kW afname - 3 kW teruglevering = 0 kW totaal
Op de meter lijkt het alsof er geen stroom wordt afgenomen.
Maar fysiek gebeurt het volgende:
- Fase 1 vraagt 3 kW vanuit het elektriciteitsnet.
- Fase 2 duwt 3 kW terug naar het elektriciteitsnet.
De energiestromen vinden dus niet op dezelfde fase plaats.
De meter rekent het totaal uit, maar het lokale elektriciteitsnet moet nog steeds de belasting op fase 1 verwerken.
Waarom is dit belangrijk bij netcongestie?
Netbeheerders kijken steeds meer naar lokale belasting van het elektriciteitsnet. Niet alleen hoeveel energie een woning totaal gebruikt of teruglevert, maar ook hoe die belasting verdeeld is.
Een installatie die op papier neutraal lijkt, kan lokaal toch voor een extra belasting zorgen als één fase zwaar belast wordt.
Daarom wordt bij slimme energieoplossingen steeds belangrijker om niet alleen naar kilowatturen te kijken, maar ook naar:
- faseverdeling
- aansluitwijze van apparaten
- laadgedrag
- momenten waarop energie wordt gevraagd of geleverd
Hoe kan dit worden opgelost?
Mogelijke oplossingen zijn bijvoorbeeld:
- apparatuur beter verdelen over de beschikbare fasen;
- een 3-fase thuisbatterij gebruiken die alle fasen gelijktijdig kan ondersteunen;
- slimme aansturing toepassen die rekening houdt met de totale belasting;
- verbruik en opwek beter op elkaar afstemmen.
Conclusie
Een slimme meter geeft een waardevol overzicht van het totale energiegebruik, maar vertelt niet altijd het volledige verhaal achter de energiestromen.
Bij de energietransitie wordt het steeds belangrijker om niet alleen te kijken naar hoeveel energie een woning gebruikt, maar ook waar en wanneer deze energie wordt gebruikt of geleverd.
Een goed ontworpen energiesysteem houdt daarom rekening met het hele plaatje: woning, installatie én elektriciteitsnet.