Mijn ervaring met een thuisbatterij: van 50% netstroom naar slechts 9%

Voor

Na

Een thuisbatterij klinkt op papier interessant, maar de echte vraag is natuurlijk: wat levert zo'n batterij in de praktijk op?

Voor mijn eigen situatie heb ik een jaar lang zonder thuisbatterij gedraaid en daarna de vergelijking gemaakt mét thuisbatterijen. Het verschil is behoorlijk groot. Niet alleen in de hoeveelheid stroom die ik van het net haal, maar ook in de uiteindelijke kosten. 

Mijn ervaring laat tegelijkertijd iets anders zien: meer batterijcapaciteit is niet automatisch beter. Je moet de batterij wel daadwerkelijk kunnen benutten.

De situatie vóór de thuisbatterij

In juni vorig jaar kwam ongeveer 50% van mijn elektriciteitsverbruik van het elektriciteitsnet. De andere 50% kwam uit mijn eigen opgewekte energie.

Dat klinkt misschien al best netjes, maar we letten thuis ook bewust op ons energiegebruik. We proberen bijvoorbeeld zoveel mogelijk apparaten te gebruiken op momenten dat de zonnepanelen stroom leveren.

Toch blijft er een belangrijk probleem: de momenten waarop je veel stroom opwekt en de momenten waarop je veel stroom gebruikt, vallen lang niet altijd samen.

Overdag leveren zonnepanelen vaak volop stroom. Maar juist overdag is het verbruik in huis relatief laag. Het grotere verbruik komt vaak pas 's avonds: koken, verlichting, televisie, computers en andere apparaten.

Zonder batterij heb je dan eigenlijk twee keuzes:

  • je levert je overschot overdag terug aan het net;
  • en 's avonds en 's nachts koop je weer stroom van het net.

Precies daar kan een thuisbatterij een verschil maken.

Wat kostte dat?

In juni vorig jaar bedroegen mijn verbruikskosten ongeveer €40,71.

Van de elektriciteit die mijn zonnepanelen in die maand produceerden, gebruikte ik uiteindelijk 24% zelf. De rest werd dus niet direct door mijn huishouden gebruikt.

De situatie mét thuisbatterij

Sinds dit jaar gebruik ik drie Marstek Venus thuisbatterijen van ieder 5 kWh. In totaal heb ik daarmee 15 kWh aan batterijcapaciteit.

Elke batterij is aangesloten op een eigen fase. Omdat het om plug-in thuisbatterijen gaat, heb ik ze voor de veiligheid op een aparte groep afgezekerd.

Daarmee kunnen ze bij mij bovendien aanzienlijk meer vermogen leveren dan de maximale 800 watt zonder apart afzekeren. In mijn situatie kunnen de batterijen tot .2.500 watt per stuk leveren.

En dat verschil zie je terug in de cijfers.

Van 50% naar 91% eigen gebruik

Als we juni van vorig jaar vergelijken met juni van dit jaar, ontstaat er een heel duidelijk beeld.

Juni vorig jaar, zonder batterij:

  • 50% van mijn verbruik kwam uit het elektriciteitsnet
  • 50% kwam uit eigen opgewekte energie
  • 24% van de geproduceerde zonnestroom werd direct zelf gebruikt
  • verbruikskosten: €40,71

Juni dit jaar, met batterij:

  • slechts 9% van mijn verbruik kwam uit het elektriciteitsnet
  • maar liefst 91% kwam uit eigen gebruik
  • 44% van mijn geproduceerde zonnestroom werd zelf gebruikt
  • verbruikskosten: ongeveer €7

En er zit nog een interessant detail in die resterende 9%.

Die 9% komt bij mij namelijk volledig door het opladen van de elektrische auto.

Voor het normale energiegebruik in huis hoef ik in deze periode dus vrijwel geen elektriciteit meer uit het net te halen.

De verbruikskosten zijn daarmee gedaald van €40,71 naar ongeveer €7 in een vergelijkbare juni-periode.

Dat is een daling van ongeveer 83%.

Wat doet die batterij eigenlijk?

De belangrijkste functie van een thuisbatterij is wat mij betreft heel simpel:

je bewaart je eigen opgewekte stroom voor het moment waarop je hem zelf nodig hebt.

Overdag produceren mijn zonnepanelen bijvoorbeeld meer elektriciteit dan mijn huis op dat moment gebruikt. In plaats van dat overschot volledig terug te leveren aan het net, kan een deel daarvan de thuisbatterij in.

's Avonds en 's nachts gebruiken we vervolgens de energie die eerder op de dag is opgeslagen.

De batterij verschuift dus het moment waarop je je eigen zonne-energie gebruikt.

En dat is precies waar ik de grootste meerwaarde zie.

Zonder batterij

Zonnepanelen → huis

Overschot:

Zonnepanelen → net

En 's avonds:

Net → huis

Met batterij

Zonnepanelen → huis + batterij

En 's avonds:

Batterij → huis

Je gebruikt daardoor veel meer van de energie die je zelf hebt opgewekt.

Maar er zit ook een interessante nuance in

Je zou misschien denken: als 44% van mijn zonnestroom zelf wordt gebruikt, kan ik dan niet gewoon nóg meer batterijen plaatsen?

Technisch gezien is daar zeker nog ruimte voor.

Maar in mijn situatie loont dat op dit moment niet.

Waarom?

Omdat we 's avonds en 's nachts simpelweg niet zoveel elektriciteit gebruiken.

Mijn batterijen zijn 's ochtends meestal ongeveer half leeg. Dat betekent dat ik de 15 kWh aan beschikbare opslagcapaciteit lang niet iedere dag volledig benut.

Ik zou dus nog veel meer zonnestroom kunnen opslaan, maar vervolgens moet die energie ook ergens naartoe. Als je verbruik 's avonds en 's nachts niet hoog genoeg is, blijft een grotere batterij simpelweg langer volstaan met energie.

Dat is voor mij een belangrijke les:

Een thuisbatterij moet niet alleen worden afgestemd op hoeveel zonnepanelen je hebt, maar vooral op hoeveel energie je daadwerkelijk kunt gebruiken wanneer de zon niet schijnt.

Een grotere batterij klinkt aantrekkelijk, maar als je de extra capaciteit nauwelijks gebruikt, levert die extra opslag ook weinig extra voordeel op.

Eigen verbruik versus zelfverbruik van je zonnepanelen

Hier is het verschil tussen twee begrippen ook interessant.

Mijn eigen gebruik van elektriciteit steeg door de batterij van 50% naar 91%.

Maar als ik kijk naar de zonnestroom die mijn zonnepanelen produceren, dan gebruikte ik vorig jaar in juni 24% zelf en dit jaar 44%.

Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar dat komt doordat het om twee verschillende berekeningen gaat.

De eerste vraag is:

Hoeveel van mijn totale elektriciteitsverbruik komt uit eigen energie?

Dat steeg van 50% naar 91%.

De tweede vraag is:

Hoeveel van mijn totale zonneproductie gebruik ik zelf?

Dat steeg van 24% naar 44%.

De batterij zorgt er dus voor dat ik een veel groter deel van mijn eigen elektriciteitsproductie kan benutten, maar er gaat nog steeds een flink deel van mijn zonnestroom terug naar het net.

En dat is in mijn situatie helemaal niet erg. Ik heb namelijk niet de behoefte om iedere geproduceerde kilowattuur koste wat kost op te slaan.

Een thuisbatterij is niet alleen voor zonne-energie

Er is nog een tweede interessante toepassing.

Een thuisbatterij hoeft namelijk niet uitsluitend met zonne-energie geladen te worden.

Wanneer elektriciteit goedkoop is, kan het interessant zijn om de batterij met ingekochte elektriciteit te laden. Vervolgens kun je die opgeslagen energie gebruiken wanneer de elektriciteitsprijs weer hoger is.

Dat kan bijvoorbeeld in de winter interessant worden.

In de zomer heb je meestal voldoende zonne-energie om de batterij te laden. In de winter is er veel minder zon en kan de situatie anders zijn: weinig eigen productie, maar soms wel momenten waarop elektriciteit goedkoop is.

Dan kan het principe worden:

goedkope stroom → batterij → gebruiken tijdens dure uren

De batterij wordt daarmee niet alleen een opslag voor je zonnepanelen, maar ook een manier om je energiegebruik over de dag te verschuiven.

Daarbij moet je natuurlijk wel rekening houden met het prijsverschil, laad- en ontlaadverliezen en je energiecontract. Het is dus niet automatisch voordeliger om altijd op goedkope momenten stroom in te kopen.

Wat mij vooral opvalt

Voor mij zit de grootste winst niet alleen in de hoeveelheid kilowattuur die de batterij kan opslaan.

Het gaat vooral om wanneer je die energie gebruikt.

Zonder batterij had ik overdag regelmatig een overschot aan zonne-energie, terwijl ik 's avonds en 's nachts weer elektriciteit nodig had.

Met de batterij kan ik die twee momenten aan elkaar koppelen.

Daardoor is mijn eigen aandeel in het elektriciteitsverbruik in juni gestegen van 50% naar 91%.

En de kosten gingen in dezelfde periode van €40,71 naar ongeveer €7.

Tegelijkertijd zie ik dat er nog veel meer zonnestroom opgeslagen zou kunnen worden. Mijn drie batterijen van in totaal 15 kWh zijn namelijk 's ochtends meestal nog niet leeg.

Maar juist dat vind ik een interessante conclusie: ik hoef niet per se méér batterij te hebben.

De capaciteit die ik nu heb past eigenlijk heel aardig bij mijn huidige verbruik. Nog meer opslag zou betekenen dat ik steeds meer energie opsla die ik vervolgens niet noodzakelijk nodig heb.

Mijn conclusie

Na deze vergelijking ben ik in ieder geval overtuigd geraakt van één ding:

een thuisbatterij draait voor mij vooral om het verhogen van mijn eigen verbruik.

Ik wil de stroom die mijn zonnepanelen overdag produceren zo veel mogelijk zelf gebruiken, in plaats van die eerst terug te leveren en later weer stroom van het net te kopen.

Mijn cijfers uit juni laten dat mooi zien:

50% → 91% eigen energie in mijn totale verbruik

en:

€40,71 → ongeveer €7 aan verbruikskosten

Tegelijkertijd steeg het aandeel van mijn zonnestroom dat ik zelf gebruikte van 24% naar 44%.

Er is dus nog ruimte om meer van mijn zonnestroom zelf te gebruiken. Maar omdat we 's avonds en 's nachts relatief weinig stroom verbruiken en de batterijen 's ochtends meestal nog ongeveer halfvol zijn, zie ik op dit moment geen reden om nóg meer batterijcapaciteit te plaatsen.

Voor mij is de thuisbatterij daarmee vooral een energiebuffer geworden:

opwekken wanneer de zon schijnt, opslaan wanneer ik het niet direct nodig heb en gebruiken wanneer mijn huis wel energie vraagt.

En in de winter kan daar nog een interessante extra mogelijkheid bijkomen: de batterij opladen wanneer elektriciteit goedkoop is en de opgeslagen energie gebruiken wanneer de prijs weer hoger ligt.

Of een thuisbatterij financieel interessant is, is voor iedere woning een aparte berekening. Maar als je kijkt naar het zelf gebruiken van je eigen opgewekte energie, dan is mijn ervaring tot nu toe in ieder geval heel positief.

En uiteindelijk zijn dit voor mij de interessantste cijfers:

minder afhankelijk van het net, veel meer eigen energie gebruiken en aanzienlijk lagere verbruikskosten.